Lest we forget


Beste lezer
Vandaag een dagje Ikea. ’t Is mooi weer, druk zal het wel niet zijn dacht ik. Blijkbaar hadden meer mensen van die gedachten spinsels. Het resulteerde in een rij om u tegen te zeggen, wel goed georganiseerd zoals Ikea dat kan. Het vlotte goed, iedereen hield mooi afstand en de meesten droegen keurig een mondmasker. Incluis mezelf, al moet ik zeggen dat ik dat maar 5 minuten heb volgehouden. Het winkelen is gezellig, al vergt het al mijn concentratie om die anderhalve meter te verzekeren. Het leukste is dat je na je boodschappen toch nog take-away kan doen, het wordt een broodje met vis en tartaar.

Het leven herneemt zo stilletjes aan zijn normale gang en ik geniet ervan. Ik kijk uit om weer samen met m’n man een koffietje te gaan drinken, met m’n zus een dagje Nederland te doen, een barbecue te organiseren in m’n tuin zonder dat ik moet kiezen wie ik liever heb en het liefste.

Maar in deze tijd waar iedereen weer wat naar adem kan happen zijn er nog altijd mensen die die laatste adem niet meer hebben. Toen begin april de corona zich het diepst liet voelen en er echt honderden mensen per dag stierven, was ik veel gevoeliger voor al die mensen die het leven lieten en mensen in verdriet achter lieten.
Vandaag hoor ik dat er ‘maar’ 23 sterfgevallen zijn, een positieve evolutie in vergelijking met een maand geleden, toch? Ben ik de enige die zo denk? Heeft het te maken met een overlevingsdrang, een gewoonte, een ontkenning, een nonchalance, …? Ik weet het niet, misschien wel wat van allemaal een beetje.


Allebei slachtoffer


Antoine Fonck, een Belgische soldaat die in 1911 in dienst trad. Die meteen nadat bekend werd dat de Duitsers de Belgische grens waren overgestoken op verkenningspatrouille wordt gestuurd. Amper 21 en hij keert nooit meer terug. Op de plek waar hij stierf staat er een monument, er is zowel een straat als een kazerne naar hem vernoemd. 


Het is 11 november 1945, langs het kanaal Gent-Terneuzen zitten de soldaten te wachten op de langverwachte wapenstilstand. Aan de rechteroever zitten de Duitsers, aan linkeroever de Belgen. Het is feest, want over een paar minuten is het eindelijk allemaal voorbij, soldaten springen van blijdschap in het rond. Tot er om 10:45 het laatste schot klinkt, Marcel Terfve wordt geraakt en sterft ter plaatse. Amper op een kwartiertje van verlossing is het jonge leven voorbij, amper 25 jaar oud.

Het grote verschil tussen deze beide soldaten is dat Antoine genoegzaam gekend is als eerste gesneuvelde, en Marcel is zo snel vergeten als hij gestorven is.

We kijken zo uit naar de bevrijding dat we de mensen die nu nog sneuvelen misschien wat vergeten. En ik zou zeggen, kijk er naar uit en leef, en praat met hen die iemand verloren hebben, dat ook zij kunnen leven.

Liefs
Liene


Bronnen:

(2019, 9 september). Marcel Terfve. [Wikipedia]. Geraadpleegd op 30 mei 2020, op https://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Terfve
(2018, 22 april). Antoine Fonck [Wikipedia]. Geraadpleegd op 30 mei 2020, op https://nl.wikipedia.org/wiki/Antoine_Fonck
(2018, 10 november). Marcel Terfve: de laatste Belg die sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog. [Videobestand]. Brussel: VRT Geraadpleegd op 30 mei 2020, op https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/11/10/marcel-terfve-de-laatste-belgische-soldaat-die-sneuvelde-in-de/
Wikipedia. (2019, 9 september). Marcel Terfve. Geraadpleegd op 30 mei 2020, op https://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Terfve#/media/Bestand:Marcel_Terfve_(1893-1918).jpg

Reacties